Ogenblik

headerfoto“Over enkele ogenblikken arriveren we op centraal station Amsterdam. Vergeet niet uit te checken”. “Enkele ogenblikken? Hoeveel is dan één ogenblik?” vraag ik me hardop af. Ik en een vriendin speculeren hierover. We zijn het er al snel over eens dat het hoogstwaarschijnlijk niets met een blik ogen te maken heeft, maar wellicht wel met een blik ván de ogen. Soms kijk ik naar iemand in de trein die naar buiten staart. Je ziet dan dat haar/ zijn blik zich vestigt op een voorwerp en zodra dit voorwerp uit het zicht verdwenen is, het zich continu focust op iets nieuws. Vroeger probeerde ik altijd mijn blik in dezelfde richting te houden zonder te staren en zonder op 1 voorwerp te focussen, maar dat is me nooit gelukt. Dat terzijde, uiteindelijk vonden we dat elke wisseling van focus een nieuw ogenblik is en je daarom vrijwel nooit genoeg hebt aan slechts één ogenblik. Mooi woord.

Ik vind de Nederlandse taal prachtig. Het klinkt verschrikkelijk, maar de woorden zijn magnifiek. Ik heb meerdere favorieten, maar bovenaan staat vla. Een buitenlandse vriendin die Nederlands leert wees mij eens op de pracht van dit woord. Ze zei “I think vla is by far the funniest word I’ve ever heard in my life” en ik was verbaasd en diep teleurgesteld dat ik daar nooit zelf op was gekomen. Vla. Ik zal er niet meer woorden aan vuil maken. Vla had nooit een compleet woord mogen zijn. Schitterend van lelijkheid. Als een cavia. Als Filemon Wesselink.

Ogenblik_vierkantDe volgende die ik graag aan dit rijtje toevoeg is “straks”. Straks kan je niet charmant zeggen; het klinkt vrijwel altijd als een Gronings woord. “Most eet’n hebb’n Henk?” “Nee nog nait. Straks!”. Sommige woorden hebben de verkeerde betekenis. Straks lijkt een woordje dat klem zit. Het had dan ook eigenlijk een functie moeten hebben in het verlengde van strak. Ik zie het woordje heel zielig voor me tussen twee sterke bakstenen muren. Dat een voorbijganger langsloopt en zegt: “Gaat het?” En dat straks dan zegt “nee, maar laat me maar. Ik zit straks”. En daar zit ie dan al honderden jaren. In het verkeerde lichaam.

Soms ben ik in gesprek en merk ik op hoe mensen soms tussen neus en lippen door een prachtig woord kunnen noemen. Het doet me af en toe zelfs een beetje pijn. Bepaalde woorden verdienen meer tijd en waardigheid. Ik weet nog dat oma ooit eens zei “Och ja, dat was vroeger ook altijd al zo’n muurbloempje”. Muurbloempje. Alleen bloempje verdient al een eerste prijs. Hoeveel mooier zal de wereld worden als iedereen bloempje zou zeggen in plaats van bloemetje. Het klinkt als een soort te dikke baby dat net als Filemon schattig is van onaantrekkelijkheid. Zoveel lof dus al voor het bloempje alleen, maar de betekenis is nog leuker: “Vrouw die niet ten dans gevraagd wordt”. Daar waar ik een muurbloempje voor me zag als een schattig geel bloempje in een klimop begroeid Italiaans huisje in een romantisch dorpje, zie ik nu een vervallen betonnen fabriek met onkruid, distels en brandnetels. Ook zie ik oma voor me in een stralende jurk en een knappe danspartner, wijzend en lachend naar al het weegbree… (Weegbree. Don’t get me started!)

Jep, Nederlands is machtig mooi. Mijn woordenschat uitbreiden blijft een dagelijkse bezigheid.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s